Door Joost Reinaerts op 1 september 2015

Ik ga op reis en ik neem mee…

Het is een mooie warme zondagavond en we lopen naar de stad. Heerlen bruist en we zijn op weg naar een voorstelling in de Nieuwe Nor. Tijdens het lopen vertel ik dat mijn moeder afgelopen week in Trier door een vrouw aangesproken werd. Een vluchtelinge die haar de weg vroeg via een briefje omdat ze geen Duits sprak. Ze was alleen en had vier kinderen bij zich. Mijn moeder was geraakt door de ellende die ze gezien had. Omdat ik laatst hetzelfde meegemaakt had, begreep ik mijn moeder meteen. Ik ben dan ook een echt moederskind. Al lopend gaat ons gesprek over vluchten. Waarom zou je vluchten? Waarin raak je dan verzeild? Wat neem je mee als je een uur de tijd hebt om te vluchten? Een soort macabere versie van ‘ik ga op reis en ik neem mee’ lijkt me. Ik ga op reis en ik neem mee: Kleren? Ik ga op reis en ik neem mee: Kleren en schoenen? Ik ga op reis en ik neem mee: Kleren, schoenen en geld? Ik ga op reis en ik neem mee: Kleren, schoenen, geld en eten? Ik ga op reis en ik neem mee: Kleren, schoenen, geld, eten en een paar foto’s?

Ondertussen waren we bij de voorstelling aangekomen. De voorstelling die ‘Waar het vlakke land gaat plooien’ heet, gaat over een Limburger die vrijwillig in ballingschap naar Berlijn vertrokken is. Daar waar de ‘Zivilisation’ is. Omdat zijn moeder op sterven ligt moet hij terug naar Limburg. Gaandeweg de rit terug naar Limburg komt hij tot het inzicht dat hij wel kan proberen om Limburg achter zich te laten maar dat dit niet lukt. Want al lukt het om je wortels af te kappen, wie Limburgse roots heeft groeit nergens meer opnieuw. Of je het wilt of niet. Iets wat ik bij mijn vrienden die naar de Randstad, Berlijn, Thailand vertrokken zijn ook herken. Het zijn en blijven Limburgers, waar af en toe nog een verdwaalde ‘zachte G’ te horen blijft.

Maar wat als die wortels in Eritrea, Syrië of Irak liggen? Kun je dan wel ergens opnieuw aarden? Wat als je eigenlijk je takken niet wilt afkappen, maar ze botweg afgekapt worden? Alles achter je te moeten laten en ergens opnieuw te moeten beginnen. Je wilt niet weg, maar de omstandigheden dwingen je. Niet wetend waarheen en niet wetend of je ooit nog eens bij die boom terugkomt. Hopend dat je niet ellendig verdrinkt op zee, of stikt in een trailer langs een autosnelweg. Ik ga op reis en ik neem mee: Kleren, schoenen, geld, eten en wat foto’s…
De zomer van 2015 is de zomer van de vluchtelingen. Vluchtelingen die vragen voor hulp en hun leven wagen om in Europa te komen. Dag in, dag uit. Iedere dag zien we het op tv en soms loop je ze letterlijk tegen het lijf zoals mijn moeder in Trier. Diederik Samsom schreef afgelopen week in NRC next een opiniestuk en ik citeer: Niemand mag ondertussen de illusie verkopen dat een sluitende oplossing bestaat. Zolang het hier vrij, welvarend en vredig is en daar onderdrukking, armoede en oorlog heersen, zullen mensen blijven komen. De zoektocht naar een beter leven zal zich nooit laten indammen. Dat ontslaat ons niet van de plicht om migratie in goede banen te leiden. In het belang van hen die komen en van hen die hier al zijn’. Woorden waarin ik me kan herkennen.

Mijn ouders gingen vorige week nadat ze in Trier gesproken hadden met die vluchtelinge terug naar hun tweede huis in Waxweiler. Mijn moeder zat in de tuin en realiseerde zich dat ze het goed had. Zo goed dat ze er een tweede huis op na kon houden. Ze keek rond en zag een huis dat in de winter leeg staat. Er werd een beslissing genomen en actie ondernomen. In dit huis mochten vluchtelingen wonen. Een klein gebaar, maar misschien net goed genoeg om iemand te helpen op een dag een nieuw zaadje te planten waar een stevige boom uit kan groeien. Een sluitende oplossing bestaat niet, solidariteit wel!
JR1

Joost Reinaerts

Joost Reinaerts

   

Meer over Joost Reinaerts